|
Deelprogramma 1.3 Wonen |
Primitieve begroting 2026 |
Actuele begroting 2026 |
Prognose VGR 26-2 |
Verwachte afwijking VGR 2026 |
|
Lasten |
46.679 |
62.356 |
49.907 |
12.449 |
|
Baten |
30.817 |
30.948 |
28.948 |
-2.000 |
|
Saldo voor reservemutaties |
-15.862 |
-31.409 |
-20.959 |
10.450 |
|
Reserve mutaties |
|
|
|
|
|
Totaal toevoegingen |
|
950 |
950 |
0 |
|
Totaal onttrekkingen |
32 |
5.981 |
5.981 |
0 |
|
Totaal deelprogramma 1.3 |
-15.830 |
-26.378 |
-15.928 |
10.450 |
Toelichting van het verschil tussen de actuele begroting 2026 en de prognose 2026 (alleen bij verschillen in baten en lasten > 500 duizend euro).
|
1.3 Wonen |
Lasten |
Baten |
|
Flexwonen |
4.350 |
|
|
Sinds 2024 is 4,5 miljoen in de begroting gereserveerd voor de realisatie van 150 tijdelijke flexwoningen op de locatie Vinkhuizen-Zuid. Eind 2025 is het project tot realisatie van flexwoningen gestart. In 2026 zijn verschillende activiteiten verricht zoals het opstellen van een schetsontwerp en het uitvoeren van ecologisch onderzoek. Er wordt gewerkt aan het sluiten van een overeenkomst met een woningcorporatie voor de ontwikkeling van de locatie. Het project zal doorlopen tot in 2027. Hierdoor wordt naar verwachting circa 4,3 miljoen euro van het beschikbaar gestelde budget niet besteed in 2026. In 2027 zijn de middelen nog niet beschikbaar in de begroting. Op een later moment wordt uw raad een voorstel voorgelegd over de benodigde middelen voor het vervolg van het project. |
|
|
|
Stadshavens |
1.500 |
|
|
De gebiedsontwikkeling van de Stadshavens bevindt zich nog in de opstartfase. Vandaar dat wij voor dit investeringsprogramma lagere kapitaallasten verwachten dan begroot. Conform het raadsbesluit over de samenwerkingsovereenkomst Stadshavens worden deze besteedbare middelen toegevoegd aan de reserve SIF. |
|
|
|
Wet versterking regie Volkshuisvesting |
500 |
|
|
Via de decembercirculaire 2025 hebben wij van het Rijk incidenteel 689 duizend euro ontvangen voor de uitvoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting. De middelen worden ingezet voor onder andere onderzoeken, beleidsontwikkeling en regionale samenwerking die noodzakelijk zijn voor de implementatie van de wet. De uitvoering van deze werkzaamheden strekt zich uit over meerdere jaren. Hierdoor verwachten we circa 500 duizend euro van het beschikbare budget niet te besteden in 2026. Deze middelen blijven beschikbaar in 2027 en zullen naar verwachting dan worden ingezet voor de verdere uitvoering van de wet. |
|
|
|
Capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) |
5.600 |
|
|
De decentralisatie-uitkering CDOKE bestaat uit basis- en planfinanciering. De basisfinanciering is bedoeld voor de uitbreiding van capaciteit voor klimaat- en energiebeleid, terwijl de planfinanciering is gericht op capaciteit voor de ontwikkeling en uitvoering van plannen voor aardgasvrij, zon en wind. Waar eerder werd uitgegaan van een incidentele ontvangst van 2,8 miljoen euro aan basisfinanciering, blijkt sinds de septembercirculaire 2025 dat deze middelen structureel beschikbaar zijn tot en met 2030. Hierdoor is een andere fasering van de inzet van middelen mogelijk. Als gevolg hiervan verwachten we voor de basisfinanciering in 2026 een onderbesteding van circa 2,8 miljoen euro. Voor de planfinanciering wordt in 2026 eveneens een onderbesteding van circa 2,8 miljoen euro verwacht. De opbouw van capaciteit, inrichting van de uitvoeringsorganisatie en ontwikkeling van wijkenergieplannen vragen meer tijd dan voorzien, mede door landelijke ontwikkelingen en de benodigde afstemming en besluitvorming met betrokken partijen. Hierdoor vindt de inzet van de planfinancieringsmiddelen meer gefaseerd plaats. |
|
|
|
Ondersteuning lokale energiehulp |
500 |
|
|
Van het Rijk hebben we aanvullende middelen (500 duizend euro) ontvangen voor ondersteuning van huishoudens met een hoge energierekening en een laag inkomen. Momenteel onderzoeken we hoe we deze middelen zo effectief mogelijk kunnen inzetten en kunnen aansluiten bij de bestaande aanpak van de energiearmoede. Hierdoor verwachten we de ontvangen middelen niet te besteden in 2026. Deze middelen blijven benodigd voor de verdere uitvoering van de aanpak in 2027. |
|
|
|
Bouwleges |
|
-2.000 |
|
Voorzichtigheidshalve nemen we 2 miljoen euro lagere opbrengsten op ten opzichte van de begroting. We hebben nog onvoldoende zicht op een goede raming van de opbrengsten richting het eind van het jaar, maar de inschatting is wel dat we lager uitkomen gezien de inkomsten tot en met augustus 2026. We zien dat door vertraging in grote plannen de geraamde baten op een later moment worden gerealiseerd. |
|
|